Brandnetelblaadjes kan je bijna het hele jaar door plukken. Alleen in de wintermaanden zijn ze niet te vinden. Je plukt vooral de jonge topjes, met de verse blaadjes. Oude bladeren zijn stug en vezelig en niet zo lekker om te eten. Als je de brandnetels regelmatig maait, maken ze steeds nieuwe blaadjes aan, zelfs in het najaar nog. Droog de blaadjes, dan verliezen ze hun stekeltjes. Je kunt natuurlijk ook gedroogde blaadjes kopen, maar zelf plukken is wel zo leuk, mits je handschoenen aan doet tijdens het plukken.
Ik heb de blaadjes gebruikt om koekjes te bakken. Heel lekker en apart, als je mensen eens wilt verrassen met een wildplukreceptje.

Ingrediënten
125 gr boter
10 gr gedroogde brandnetelblaadjes
175 gr bloem
75 gr suiker
1 zakje vanillesuiker
Snufje zout

Uitsteekvormpje

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 160 graden C. Snij de boter met twee messen in een beslagkom in kleine stukjes. Voeg de brandnetelblaadjes, bloem, suiker, vanillesuiker en het zout toe en kneed er een bal van.

Bestuif het werkblad met een beetje bloem. Rol het deeg uit tot een plak van ongeveer 0,5 cm.
Steek nu met het vormpje de koekjes uit het deeg.
Leg ze op een met bakpapier bedekte ovenplaat. Bak ze in ongeveer 15 minuten gaar, tot ze lichtbruin zijn.

Versier de koekjes met eetbare bloemetjes.

brandnetelkoekjes

Een makkelijk te bakken taartje, waarin je de zelfgeraapte hazelnoten prima in kunt verwerken. Als je de hazelnoten al gekraakt hebt, heb je binnen een uur iets lekkers op tafel.

Ingrediënten

Voor 1 hazelnoottaart

  • 100 gram boter
  • 140 gram gehakte hazelnoten (met of zonder velletje)
  • 140 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 140 gram fijne kristalsuiker
  • 2 eieren
  • 100 ml room
  • eventueel poedersuiker ter garnering

Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een springvorm van 20 cm in en bekleed de bodem met bakpapier.

Smelt in een steelpannetje de boter en laat even afkoelen.

Rooster ondertussen de hazelnoten en maal ze fijn. Doe de gemalen hazelnoten in een ruime kom en voeg de bloem en een theelepel bakpoeder erdoor. Roer om met een houten lepel en voeg dan de suiker toe.

Daarna voeg je de natte ingrediënten toe: de eieren, de room en de gesmolten boter. Blijf roeren tot het geheel een mooie samenhang krijgt.

Dan giet je het deegmengsel in de springvorm. Zet de taart dan 35 – 45 minuten in de voorverwarmde oven tot hij goed gerezen is en een mooie gouden kleur heeft. Haal hem uit de oven, laat even afkoelen, verwijder de vorm en laat op een rooster helemaal afkoelen. Je kunt de bovenkant bestrooien met poedersuiker.

Ingrediënten (voor 4 personen)
150 gr aardpeer
250 gr venkelknollen
1 eetl. boter
9 dl water
1 dl slagroom
1 bouillonblokje
1-2 eetl. Maïzena
1 tl gemalen venkelzaad
Versgemalen peper

Snij de stelen van de venkelknol, haal de harde buitenste schil er af. Halveer de knol en snij de harde kern eruit. Snij de knol in kleine stukken.
Boen de aardperen schoon en snij ze klein.
Doe de boter in de pan en laat smelten. Fruit de aardpeer en venkel een paar minuten in de gesmolten boter. Blus af met ongeveer de helft van het water. Voeg daarna langzaam de rest van het water toe.
Voeg blokje bouillon toe.
Breng aan de kook, en laat de aardpeer-venkels in ongeveer 12 minuten gaar worden op een laag vuur.
Voeg de slagroom toe.
Pureer de soep met een staafmixer (of iets dergelijks).
Zet de pan terug op het fornuis en breng terug aan de kook. Proef even en voeg het venkelzaad, peper en eventueel nog wat zout toe.
Meng ondertussen de maïzena met 1-2 eetlepels water en roer tot een glad papje ontstaat, zonder klontjes. Als de soep kookt kan je het papje in de soep gieten, terwijl je de soep roert!
Laat nog even een paar minuten zachtjes pruttelen.
Opdienen met een fijngeknipt venkelgroen (van de stengels), of met een paar druppels basilicum-, peterselie- of daslookolie, of met een beetje pesto.

recept bascillicumolie:

Stop wat blaadjes van de bascillicum in een blender, voeg een beetje zout en peper toe. Doe er olijfolie bij, tot de blaadjes onder staan. Laat de blender kort lopen. Voeg nog wat olie toe en zet de blender weer aan. Herhaal dit tot een mooi groene olie ontstaat waar je geen blaadjes meer in ziet. Voeg eventueel nog wat zout of peper toe.
Dit kan ook met peterselie, het loof van wortels, daslookblad, bieslook en andere groene kruiden. Elke plant heeft zijn eigen smaak).
Druppel de olie vlak voor het serveren in de soep. Met een vork kan je leuke patronen in de soep trekken.)

stuk of 10 aardbeien
1 kop water
1,5 kop kokoswater
2 eetlepels honing
IJsblokjes, stuk of 4

Snij de aardbeien in kleine stukjes en doe ze in een beker. Voeg kokoswater, water en honing toe. Even roeren. Vergruis de ijsblokjes in een blender en voeg aan de aardbeidrank toe. Eventueel voeg je nog wat citroensap, basilicum, een beetje versgemalen peper of rozenwater toe.

Rozenbottelsoep

Rozenbottels zijn de vruchten van een erg stekelige struik. Het is een rozensoort die vooral voor de vruchtjes wordt geteeld, en minder voor de bloemen. De vruchtjes van de gewone roos zijn ook eetbaar, maar bevatten minder vruchtvlees.
De rozenbottel komt veel in het wild voor, maar ook in parken en tuinen. De pitjes van de bottels hebben haartjes, die bij sommige mensen een allergische reactie kunnen veroorzaken. Van de pitjes wordt ook jeukpoeder gemaakt.

Rozenbottelsoep is een traditioneel recept uit Scandinavië. Kan warm of koud gegeten worden.
Ingrediënten
§ 500 gram verse rozenbottels schoongemaakt
§ 500 ml water (of meer als nodig, de bottels moeten onder water staan)
§ 100 gram suiker ( mag ook honing zijn)
§ 1 eetlepel maïzena
§ Room of crème fraiche als garnering

1. kook de rozenbottels met water. Ongeveer 10-15 minuten laten pruttelen. Haal de pitjes uit de bottels door te pureren in een draaizeef (passe-vite).
2. Breng de puree aan de kook met de 100 gram suiker of honing.
3. Leng een eetlepel maïzena aan met water, roer tot papje en voeg toe
4. Breng opnieuw aan de kook.
5. Eet warm of koud met een scheut room, zure room of crème fraiche erdoor.

De hazelnoot groeit aan de hazelaar. Hoewel iedereen de nootjes kent, zullen maar weinig mensen ze herkennen als ze nog aan de boom hangen. Ze zitten dan in een soort beschermend tasje, waardoor de bruine buitenkant van de noot niet te zien is.
Hazelnoten zijn heel gezond. Geroosterd zijn ze goed te eten. Maar bijna iedereen eet ze liever als de zoete hazelnootpasta die in de winkels te koop is. Deze pasta kan je ook zelf maken.

Ingrediënten voor 1 pot
100 gr hazelnoten
75 gr donkere bastardsuiker
50 gr cacaopoeder
1 theelepel vanillesuiker
olie. Hazelnoot- of walnootolie geeft een notige smaak aan de pasta. Zonnebloemolie kan ook, dat heeft een neutrale smaak.

Rooster de hazelnoten in een droge koekenpan. Ze hoeven niet bruin te worden, door het roosteren komen er extra smaken vrij.
Maal de noten grof in de keukenmachine. Ze hoeven nog niet tot poeder gemalen, het mogen nog kruimels zijn.
Voeg de bastardsuiker, cacaopoeder en vanillesuiker toe, en maal heel kort tot de ingrediënten goed doorelkaar gemengd zijn.
Voeg een scheut olie toe, en weer even malen. Herhaal dit tot je een gladde massa hebt. Het blijft een beetje korrelig, maar dat doet aan de smaak niets af.

Giet de hazelnootpasta in een schone pot. Je kan het buiten de koelkast bewaren.

Ongeveer tegelijk met de vlier staat ook de meidoorn in bloei. Zoals de naam aangeeft is dit meestal in mei, maar tegenwoordig zijn de witte bloemetjes ook al in april te zien. De bloesem bevat veel stuifmeel, en dat kan je gebruiken om een siroop van te maken. De werkwijze is vergelijkbaar als bij vlierbloesemsiroop :

Pluk de bloemen op een droge, zonnige dag, als ze goed openstaan en bij voorkeur vroeg in de ochtend, voordat de insecten langs zijn geweest om het stuifmeel te verspreiden.
Doe de bloesems in een pan en giet er water over, zodat ze net onderstaan. Breng het water aan de kook, haal de pan van het vuur en laat een paar uur staan, met de deksel op de pan.

Zeef de bloemen uit het water. Knijp de bloemetjes nog even goed uit, zodat al het vocht in de pan komt. Daarna heb je ze niet meer nodig.
Voeg per liter vocht ongeveer 500 gr suiker en het sap van 1 citroen toe. Breng het vocht aan de kook en laat even inkoken.
Doe de siroop in flesjes. Zodra het afgekoeld is, is het klaar voor gebruik. Als je de flesjes even steriliseert kan je de siroop lang bewaren.

Walnoten worden vooral als noot gegeten, maar je kunt de noten al veel eerder gebruiken om er iets lekkers mee te maken. De boom bloeit in mei-juni. De bestoven bloemen vormen groene bolletjes, waarin de bekende walnoten zich vormen. De eerste paar weken is de kenmerkende harde schil nog niet aanwezig, en dat is precies het moment om de noten te gebruiken voor een likeur. Vanaf ongeveer half tot eind juni pluk je de groene vruchten. Zolang je er met een speld makkelijk in kunt prikken, zijn ze goed.

Om de likeur te maken heb je een drank nodig met een alcoholpercentage van minstens 35 % (meer is beter) : jenever, wodka, cognac, aquavit, gin, vieux etc. De smaak van de drank mengt zich met de notensmaak.

benodigdheden

walnootlikeur
Ongeveer 10 tot 15 groene walnoten
150 gr suiker
500 ml sterke drank (jenever, wodka, gin, vieux etc. met een alcoholpercentage boven de 40%)
eventueel, naar smaak, 1 stokje kaneel, 2 steranijs, 2-4 kruidnagels

Gebruik de jonge, nog groene noten, voor de harde binnenste schil gevormd wordt. Dit is zo rond half juni.

Pluk de noten, was ze en snij ze in kwarten. Stop in een glazen pot. Voeg suiker en eventueel kaneel, steranijs en/of kruidnagel toe. Overgiet met sterke drank, tot de noten helemaal onder staan.
Het vocht zal langzaam steeds zwarter worden. Na ongeveer 3 maanden is de likeur op smaak. Giet het vocht af in een andere, gesteriliseerde fles. De vruchten kan je weggooien. De likeur blijft minstens een jaar goed.

De sleedoorn is als fruit niet zo bekend. Dat komt vooral omdat de vruchten, die een beetje lijken op kleine pruimen, van zichzelf nogal bitter en wrang smaken. Pas na een nachtje vorst (of een paar dagen in de vriezer) zijn de vruchten enigszins eetbaar. Gelukkig kan je er heel lekkere, fris smakende jam mee maken. In de Angelsaksische landen worden de sleedoorns vooral gebruikt om er sloe gin mee te maken. Een likeur met de bessen van de sleedoornstruik als basis, en een alcoholhoudende drank als vloeistof. Dit proces heet macereren : De alcohol trekt de smaak en kleur uit de vruchten. Hiervoor is een alcoholpercentage van minstens 40% nodig. Om nog wat extra smaak te geven worden suiker en andere specerijen toegevoegd.

Het recept voor sloe gin of sleedoorn likeur:
benodigdheden
400 gr schone, rijpe sleedoornbessen
150 gr bruine suiker
3 a 4 gekneusde amandelen
1 fles gin (of wodka of inmaakjenever), 700 ml met alcoholpercentage van minstens 40%
Naar smaak 1 kaneelstokje, kruidnagel, 1 tl jeneverbessen.
Weckpot of brede fles met inhoud van 1 tot 1,5 liter.

Stop de bessen 2 dagen in de vriezer voor je ze gaat gebruiken. De wrange smaak gaat er dan af. Prik met een naald of vork gaatjes in de bessen. Doe ze in een weckpot of fles. Voeg de suiker (en eventuele andere kruiden) en de amandelen toe en giet de drank er over.

Zet de pot weg op een donkere plaats. Roer 1 x per week even om, zodat de suiker goed oplost. Laat een maand of 3 staan.

Zeef de bessen en andere ingrediënten uit de vloeistof, en giet de likeur daarna in een mooie fles. De bessen kan je wegdoen, of nog een keer gebruiken door ze met sherry te overgieten (ook in weckpot,  zonder suiker, ongeveer 12 weken laten staan).

De kweepeer is een beetje een vergeten vrucht. Dat is jammer, want de smaak van een kwee is nergens mee te vergelijken. De rijpe vruchten ruiken heerlijk en je kunt er heerlijke compote, jam en gelei mee maken. De gelige vruchten zien er een beetje knobbelig uit, en ook het zachte donslaagje op de schil schrikken misschien een beetje af. En het harde vruchtvlees maakt de vrucht ook niet aantrekkelijk. Maar met een beetje moeite kan je er de heerlijkste dingen mee maken. Zoals heel bijzondere muffins of cake.

De kweepeer komt oorspronkelijk uit het gebied rond de Kaspische Zee. Het is een boom die 3-4 m hoog kan worden. De bladeren hebben een donsachtig laagje aan de onderkant. Ook de vruchten kunnen een dons- of viltachtig laagje hebben. Door over de vrucht te wrijven verdwijnen deze haartjes. De gele vruchten zijn vrij hard en rauw niet eetbaar. Vooral de schil, pitten en het klokhuis bevatten veel pectine, een natuurlijk verdikkingsmiddel.

Recept voor kweepeer muffins (of cake)

Ingrediënten
400 gr kweepeer
200 ml water
100 gr suiker

Voor de cakejes:

200 gr bloem
150 gr suiker
150 gr boter in kleine stukjes gesneden
2 eieren
1 zakje vanillesuiker
½ tl bakpoeder
½ tl baking soda
100 gr volle yoghurt
½ tl gemberpoeder,
½ tl kardemonpoeder
½ tl kaneel
Amandelschaafsel als garnering

Verwarm de oven voor op 170° C.

Schil de kwee en snij het vruchtvlees in blokjes van ongeveer 1cm dikte. Doe in een pan, voeg water en suiker toe. Breng aan de kook. Op zacht vuur de blokjes gaar laten worden. Dit kan 10-20 min duren. Als de blokjes gaar zijn, haal je ze uit het vocht, laat uitlekken en zet ze apart. Gooi de schillen en klokhuizen toe aan het vocht en laat inkoken tot een dikke siroop. Haal dan de schillen, pitten en klokhuizen er weer uit. Zet de siroop apart.

Doe de bloem, suiker, gember-, kardemonpoeder, kaneel, bakpoeder, vanillesuiker en de bakingsoda in een kom en roer door elkaar. Voeg de boterblokjes toe met de yoghurt en de eieren en kneed tot een glad beslag. Voeg de kweepeerblokjes toe, roer even door en giet het mengsel in muffinvormpjes (of cakeblik).
20 minuten in de oven, tot de cakejes goudbruin zijn. Dip de muffins in de kweesiroop en strooi het amandelschaafsel erover. (of giet de siroop over de cake en bestrooi met amandelschaafsel).